1.                 VRIJHEID EN DEMOCRATIE

1.1              Het Liberalisme

  1. Vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid en gelijk­waardigheid van alle mensen vormen de fundamenten van de samenleving

  2. Elke mens is een unieke persoonlijkheid, die daarom de mogelijkheid moet hebben zich met besef van zijn verantwoordelijkheid voor anderen te ontplooien naar eigen aard, aanleg en geloofsovertuiging.

  3. Wij leven in een veelvormige samenleving, die gekenmerkt behoort te zijn door naasten­liefde en erkenning van de menselijke waardigheid.

  4.   Een zo groot mogelijke vrijheid van de mens, zowel in geestelijk en staatkundig als in materieel opzicht is een onmisbare voorwaarde voor zijn ontplooiing. Daarbij moet de mens zich verantwoordelijk weten voor zijn medemensen, nu en in de toekomst.

  5. De staatkundige vrijheid van de mens kan slechts verzekerd zijn in een bestel waarin het gezag van de uitvoerende machten is gegrondvest op het vertrou­wen van vertegen­woordigende lichamen, democratisch verkozen op basis van evenredi­ge vertegen­woordi­ging.

  6. Alle mensen behoren gelijkwaardige mogelijkheden tot ontplooiing te krijgen, met gelijke rechten op kwalitatief zeer goed onderwijs en vrijheid van onderwijs met gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs.

  7. De vrijheid van de mens komt het best tot uiting in een sociale markteconomie gegrond op vrije, gedecentraliseerde ondernemingsgewijze produktie en onderlin­ge mededinging.

  8. Uit oogpunt van sociale rechtvaardigheid behoort te worden bevorderd dat een ieder die kan werken de gelegenheid krijgt menswaardige en zinvolle arbeid te verrichten. Waar dat niet mogelijk is, voor arbeidsongeschikten en voor gepensi­o­neerden dient een menswaardig bestaan te worden nagestreefd.

  9. Het handhaven van de rechtsstaat en het democratisch staatsbestel vormt een onmisba­re voorwaarde voor de vrijheidsbeleving van de burgers. Voor Nederland is de constituti­onele monarchie onder het Koningshuis van Oranje de meest aangewe­zen staatsvorm.

  10. Het is de plicht van de overheid er voor te zorgen, dat een ieder een zo groot mogelijke vrijheid geniet. Belangrijke taken die individuen of groepen niet zelfstandig kunnen verrichten behoort de overheid te stimuleren of op zich te nemen.

  11. Wij streven naar een internationale rechtsorde, waarin de rechten van de mens worden geëerbiedigd met een bondgenootschappelijke samenwerking tussen landen die dezelfde doeleinden beogen.

  12. Ontwikkelingssamenwerking moet gericht zijn op versterking van de kracht van de mensen in de ontwikkelingslanden.