VVD SCHERMER:
DE LANDELIJKE DORPSPARTIJ
Ten
geleide
0
Voorwoord
1
Algemeen bestuur en veiligheid
1.1 Politieke
cultuur
1.2 Communicatie,
dienstverlening en ICT
1.3 Deregulering
en vermindering van bureaucratie
1.4 Personeel
en organisatie
1.5 Brandweer,
rampenbestrijding
2
Economische zaken
2.1 Midden-
en kleinbedrijf
2.2 Toerisme
en recreatie
2.3 Agrarische
sector
3
Onderwijs
3.1 Primair
onderwijs
4
Sport
4.1 Sport
5
Maatschappelijke aangelegenheden
5.1 Jongeren
5.2 Senioren
5.3 Vrijwilligers
6
Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
6.1 Bedrijvigheid
6.2 Wonen
6.3 Beleid,
procedures
6.4 Grondbeleid
6.5 Wegen
7
Financiën
Ten
geleide
Op 7 maart 2006 zijn er reguliere gemeenteraadsverkiezingen. In de aanloop
daarvan heeft de VVD Schermer een verkiezingsprogramma opgesteld.
0
Voorwoord
In 2006 zijn er weer verkiezingen voor de gemeenteraad. Gekozen is voor de
speerpunten veiligheid, wonen, werken, financien en onderwijs die de aandacht
van de gemeentelijke politiek in de periode 2006-2010 zullen bepalen.
Daarmee zeggen wij overigens niet dat andere onderwerpen niet aan de orde komen.
Het concept Liberaal Manifest stelt dat het beeld van Nederland barsten
vertoont. De samenleving staat onder druk. Aan de ene kant zijn de Nederlanders
tevreden over hun eigen leven, maar tegelijkertijd zijn zij ook ontevreden over
de samenleving als geheel. Wij ergeren ons steeds meer: de criminaliteit neemt
toe, de regels worden eerder meer dan minder, wij bouwen niet de juiste en te
weinig woningen en als we het over werken hebben, dan is de beloning niet goed,
we moeten te ver reizen, noem maar op.
De VVD wil dat beeld veranderen: 'van somberte naar trots en kracht', zo zegt
het Liberaal Manifest. En verder: 'Opnieuw zal het liberalisme vorm weten te
geven aan de samenleving'.
Deze leidraad geeft een voorzet om op gemeentelijk niveau de liberale bijdrage
te leveren. Gekozen raadsleden zijn volksvertegenwoordigers, die het dichtst bij
de bevolking staan. Aan hen is dan ook de taak concreet bij te dragen en
initiatieven te nemen die kloof te dichten.
Een veilige omgeving vereist een duidelijke aanpak. Repressief via een duidelijk
handhavingsbeleid, maar ook preventief. Jeugdbeleid, onderwijs en sport kunnen
daarin een belangrijke rol spelen.
Om het herstel van de economie te stimuleren zal de gemeente vooral een
voorwaardenscheppend beleid moeten formuleren, waarbij goede
vestigingsvoorwaarden en goede bereikbaarheid van wezenlijk belang zijn.
Geactualiseerde, flexibele bestemmingsplannen en minder verstikkende regelgeving
zijn een must om adequaat te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen.
Daarnaast vragen ook zaken de aandacht, die mogelijk in de loop van 2005 hun
beslag krijgen, zoals de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de consequenties
van de invoering van het dualisme.
Het bestuur en de fractie hebben met veel plezier hun werkzaamheden verricht.
Bestuur
en fractie VVD Schermer.
1
Algemeen
bestuur en Veiligheid
1.1
Politieke cultuur
Volksvertegenwoordigers
van de VVD weten wat er in de samenleving leeft. Zij staan er met beide benen in
en zullen in de eerste plaats richting geven aan het beleid. Het primaat van de
politiek behoort immers aan de raad. Het is van groot belang burgers daarbij op
de juiste manier te betrekken.
De
VVD wil op alle manieren bijdragen aan een verbetering en versterking van de
lokale democratie.
Naast
herkenbare en aanspreekbare volks-vertegenwoordigers kunnen hoorzittingen,
informatieavonden en het burgerinitiatief bijdragen aan de betrokkenheid van
burgers bij het bestuur.
De
VVD is van mening dat hoge eisen moeten worden gesteld aan gemeente-bestuurders.
Integriteit van het openbaar bestuur staat voor de VVD bovenaan.
De
VVD bevordert de discussies rondom en de toepassing van gedragscodes binnen de
gemeenteraad en het college van B&W. De VVD is voorstander van
maatschappelijke nevenfuncties van raadsleden en wethouders, maar stelt daaraan
nadrukkelijk de eis dat de integriteit niet in het geding mag komen.
1.2
Communicatie, dienstverlening en ICT
Communicatie
vanuit de gemeente met de burgers is van groot belang.
Door
ICT-toepassingen kan de dienstverlening aan de burger worden verbeterd. Voor de
uitwisseling van basisgegevens moet de gemeentelijke organisatie een adequate
netwerkinfrastructuur ter beschikking hebben. Koppeling met buitengemeentelijke
netwerken dient mogelijk te zijn. Het nodeloos dubbel opvragen van gegevens
wordt voorkomen. Ook fraudebestrijding kan daarbij worden vergemakkelijkt.
Ten
behoeve van snelle dienstverlening en vermindering van bureaucratie creëert de
gemeente een één-loketfunctie. Naast het creëren van fysieke één-loketoplossingen
opent de gemeente een digitaal loket, waar burgers en bedrijfsleven rechtstreeks
antwoorden kunnen krijgen op hun vragen, maar waar zij ook diensten kunnen
afnemen en afspraken kunnen maken.
Dienstverlening
richting burgers moet toegankelijk en helder zijn.
De
VVD denkt daarbij aan één algemeen telefoonnummer voor burgers, waarbij vragen
over de lokale overheid en zaken als overlast snel worden behandeld.
1.3
Deregulering en vermindering van bureaucratie
Bij
nieuwe initiatieven wordt te vaak eerst gekeken waarom iets niet kan. Deze 'nee-cultuur'
moet worden vermeden.
Regels
en procedures die lokaal tot stand komen, dienen uitvoerbaar en handhaafbaar te
zijn.
1.4
Personeel en organisatie
De
VVD zal voortdurend, en niet alleen wanneer er bezuinigd moet worden, de omvang
van het ambtelijk apparaat kritisch bezien, in het bijzonder de afdelingen
burgerzaken en buitendienst.
De gemeente moet geen taken uitvoeren, die even goed of beter door derden
uitgevoerd kunnen worden.
1.5
Brandweer,
rampenbestrijding
Een
zorgvuldige risicoanalyse moet de basis zijn van het veiligheidsbeleid t.a.v.
brandweerzorg en rampenbestrijding.
De
inzet van vrijwilligers bij de brandweer is een onmisbaar element, met name de
kennis en kunde van de huidige brandweermensen.
2
Economische zaken
Algemeen
De
VVD vindt dat gezond lokaal economisch beleid gestoeld dient te zijn op
samenwerking en gestruc-tureerd overleg tussen en met de gemeenten Graft de
Rijp, Beemster en Zeevang, het bedrijfsleven en relevante organisaties.
De
VVD is voorstander van parkmanagement-overeenkomsten, waarbij gemeenten en
bedrijfsleven gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de voorzieningen op en
openbare inrichting van de bedrijfsterreinen.
De
VVD vindt dat de gemeente naast een goed economisch beleid ook een doeltreffend
arbeidsmarktbeleid moet voeren. Een goede afstemming tussen beide beleidsvelden
is onontbeerlijk.
2.1
Midden- en
kleinbedrijf
Het
midden- en kleinbedrijf is een zeer belangrijke motor voor de werkgelegenheid.
De VVD vindt dat het beleid dat de verschillende overheden voeren t.a.v. het
midden- en kleinbedrijf goed op elkaar afgestemd moet worden.
De
gemeente dient een stimulerend beleid te voeren om starters aan ruimte te helpen.
2.2
Toerisme en
recreatie
Door
de steeds hogere kwaliteitseisen van de consument zal in de toeristische sector
aanzienlijk geïnvesteerd moeten worden, met name in kwaliteitsverbetering en
seizoensverlenging.
De
VVD is voorstander van recreatief medegebruik van natuurgebieden.
2.3
Agrarische
sector
De
land- en tuinbouwsector is een van de belangrijkste economische dragers van ons
landelijk gebied.
De
VVD vindt dat de gemeente bij de vaststelling van m.n. bestemmingsplannen van
het buitengebied rekening moeten houden met de huidige ontwikkelingen. Dus
voldoende mogelijkheden voor bedrijfsbebouwing, maar ook voor functiewijziging
van gebouwen, zodat het platteland leefbaar blijft.
De
nieuwe nota Vitaal Platteland biedt diverse mogelijkheden om Nieuwe Economische
Dragers in het buitengebied toe te staan, zonder dat deze afbreuk doen aan
kwaliteit van de landschappelijke inpassing en zonder dat deze een belasting
zijn voor natuur en milieu.
De
woonfunctie in het buitengebied mag geen belemmering zijn voor de normale
agrarische bedrijfsvoering. De locale wetgeving moet op dit punt worden
aangepast. Daarbij verdienen ook nieuwe vormen van natuur- en landschapsbeheer
nadrukkelijk de aandacht.
De
door de rijksoverheid gestimuleerde wetgeving “Beschermde Status” dient te
worden afgewezen, tenzij er structurele, financiële middelen tegenover staan.
3
Onderwijs
Inleiding
Onderwijs/scholing
is een van de belangrijkste pijlers, waarop de ontwikkeling van jonge mensen tot
zelfstandige, mondige burgers berust.
Met
als resultaat dat zij als volwaardige en gelijkwaardige leden kunnen deelnemen
aan onze complexe samenleving. Ook jeugd- en arbeidsmarktbeleid spelen hierbij
een belangrijke rol.
Hoewel
opvoeding in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de ouders is, horen
ook normen en waarden aandacht te krijgen binnen het onderwijs.
Het
basisonderwijs moet tot de dorpsvoorzieningen gerekend worden.
Scholen
horen goed bereikbaar te zijn. Door integratie van de school in het dorp worden
zowel sociale cohesie als sociale controle bevorderd.
De
primaire bemoeienis van de gemeente zit in het handhaven van de leerplicht, de
kwaliteit van de voorzieningen en gedeeltelijke bekostiging in activiteiten en
bestrijding van achterstanden bij leerlingen.
De
VVD is voorstander van de Brede School.
Scholieren
moeten zich in een veilige omgeving maximaal kunnen ontplooien tot verdraagzame
mensen met verantwoordelijk-heidsbesef en respect voor ieder individu.
De
gemeente speelt een duidelijke rol bij het bestrijden van schooluitval en
schoolverzuim.
De
VVD hecht grote waarde aan het creëren van meer kansen voor kinderen met een
onderwijsachterstand. Het accent ligt daarbij op de voor- en vroegschoolse
educatie. De beheersing van de Nederlandse taal dient topprioriteit te krijgen.
Evenals kennis van cultuur bevordert dit de integratie.
4
Sport
4.1
Sport
De
VVD benadrukt de maatschappelijke betekenis van sport en sportbeleid.
Sport
en sportdeelname bevorderen de sociale integratie. Projecten ten behoeve van
doelgroepen als jongeren, ouderen, gehandicapten en allochtonen en de
scholierensport vormen volgens de VVD een belangrijke schakel in de algemene
sportstimulering.
Gemeentelijk
sportbeleid moet volgens de VVD de voorwaarden scheppen voor een gevarieerd en
samenhangend aanbod van voldoende lokale, kwalitatief goede en goed gespreide en
bereikbare binnen- en buitensportaccommodaties, sportvoorzieningen en
sportactiviteiten, met name gericht op jongeren.
Deelname
aan georganiseerde en niet-georganiseerde sport door jongeren is een onmisbare
schakel in het jeugd- en jongerenbeleid.
Sportdeelname
door jongeren kan door gerichte projecten worden gestimuleerd. Vroegtijdige
kennismaking op school met de lokale sportverenigingen is daarvan een goed
voorbeeld. Verenigingen die zich extra op jongeren richten kunnen in aanmerking
komen voor extra gelden. De VVD is voorstander van de introductie van een
kennismakingsabonnement voor jongeren.
Kinderen
moeten om de hoek en dicht bij de school kunnen sporten door de bouw van
multifunctionele accommodaties die geschikt zijn voor het onderwijs en de sport.
De accommodaties moeten na schooltijd open zijn en gebruikt kunnen worden door
verenigingen die naschools sportaanbod aanbieden.
Spelvoorzieningen
(inclusief trapveldjes) voor de jeugd kunnen wat de VVD betreft een plaats
krijgen in het gemeentelijke groen.
Sport
biedt aan het bedrijfsleven en de overheid promotiemogelijkheden (sponsoring).
Bij sponsoring door het bedrijfsleven op het terrein van de sport dienen
transparante en algemeen
aanvaarde
spelregels gehanteerd te worden.
Er
dient meer geld te worden gereserveerd voor uitbreiding van het aantal uren
sport op de (basis-) school.
Er
moet aandacht zijn voor sportbeoefening in clubverband als ook voor de
individuele sportbeoefening.
Daarbij
geldt wel dat investeren in de georganiseerde sport van sportverenigingen beter
beklijft dan losse initiatieven. Door te investeren in de georganiseerde sport
stimuleer je de sportdeelname.
Door
de gemeente wordt aan het particuliere initiatief alle ruimte geboden om bij te
dragen aan de ontwikkeling van een gevarieerd aanbod aan sportvoorzieningen.
De
VVD wil dat gemeentelijke sportvoorzieningen van goede kwaliteit, laagdrempelig
en sociaal veilig zijn.
Dit
vereist zowel investeringen als goed beheer. Aan de gebruikers (zowel clubs als
individueel) van sportvoorzieningen mag een redelijke bijdrage worden gevraagd
('de gebruiker betaalt').
De
VVD is er voorstander van dat het beheer van sportaccommodaties 'op afstand'
wordt gezet:
het
functionele beheer van sportvelden kan worden overgedragen aan de bespelende
sportclubs, overdekte sportaccommodaties kunnen verzelfstandigd worden,
bijvoorbeeld in stichtingsvorm. Voorwaarde op zich bij verzelfstandiging is dat
sportaccommodaties toegankelijk zijn, betaalbaar en beschikbaar op courante
uren.
Meer
en beter bestuurlijk en sporttechnisch kader is nodig om de vrijwilligers in de
sportvereniging bij te staan. Ondersteuning van verenigingen en beperkte
professionalisering kunnen de sportvereniging de steun in de rug geven om een
sterke samenwerkingspartner te worden van de gemeente, ook in financieel
moeilijke tijden!.
5
Maatschappelijke aangelegenheden
Ouders
en verzorgers zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor opvoeding en
gedrag van hun kinderen.
Scholen
en verenigingen spelen daarbij een aanvullende rol.
Met
verreweg de meeste jongeren in Nederland gaat het goed. Jongeren met wie het
goed gaat, verdienen ook onze aandacht. Zij vormen een belangrijke groep en
kunnen via een voorwaardenscheppend beleid gestimuleerd worden in hun verdere
ontwikkeling en ontplooiing.
Jongeren
dienen vanzelfsprekend bij de ontwikkeling van op hen gericht beleid betrokken
te worden. Het inwinnen van advies via interactieve contacten met de betrokken
jongeren biedt steeds meer perspectieven, zoals het gemeentebestuur dat gaat
chatten met de jongeren.
Jeugdhulpverlening
is een essentieel onderdeel van jeugdbeleid. Nadruk dient hierbij te liggen op
preventie en het vroegtijdig onderkennen van problemen. Afstemming met de
politie en Bureau Jeugdzorg is hierbij van belang.
5.2
Senioren
De
senior van nu is niet de bejaarde van 20 jaar geleden. De senior inwoner wil
zolang mogelijk zelfstandig in de eigen omgeving blijven wonen.
De
VVD stelt de verantwoordelijkheid van ouderen voor zichzelf voorop. De overheid
dient er zorg voor te dragen dat ouderen die eigen verantwoordelijkheid ook
kunnen nemen. Dit betekent een regionaal adequaat woningaanbod, een veilige
woonomgeving met voor ouderen bereikbare voorzieningen met voldoende
zorgplaatsen.
Het
ouderenbeleid dient gebaseerd te zijn op keuzevrijheid, zelfstandigheid,
zelfredzaamheid, medezeggenschap en participatie in het maatschappelijk leven.
Het
feit dat ouderen inmiddels massaal gebruik maken van de vele ICT-mogelijkheden
speelt hierbij een belangrijke rol.
Voor
de samenleving kan de kennis en ervaring van senioren
worden overgedragen via de ouderenraad of door ouderen te laten adviseren
over en invloed uit te laten oefenen op lokaal beleid.
Door
de instelling van het persoonsgebonden budget (PGB) kunnen ouderen zelf
beslissen waar zij de zorg inkopen, waarvoor zij geïndiceerd zijn. Dit biedt
hen in veel gevallen de mogelijkheid langer in hun eigen woonomgeving te
blijven. Nieuwe woonvormen in woon-zorgzones moet de ruimte geboden worden.
De
toegang tot zorg is een taak van de gemeente, de zorgverlening een taak van de
instellingen. Tussen gemeenten en zorgverlenende instellingen dient structureel
overleg te worden gevoerd over ouderenbeleid. Het lokale bestuur vervult hierbij
een stimulerende en coördinerende rol, zodat alle zorgverlening inzichtelijk is
georganiseerd en is afgestemd op de bestaande vraag. De VVD benadrukt bovendien
de noodzaak van het aanbieden van zorg op maat, dat wil zeggen zorg naar
noodzaak.
Openbare
gebouwen, recreatie-, sport- en groenvoorzieningen en openbaar vervoer dienen
toegankelijk en bruikbaar te zijn voor ouderen.
Mobiliteit
is een belangrijke voorwaarde voor maatschappelijke en sociale participatie.
Naast het eigen vervoer en de voorzieningen via de WMO biedt ook het collectief
vraagafhankelijk vervoer mogelijkheden voor ouderen.
Vrijwilligers
spelen een wezenlijke rol in de samenleving, maar zijn steeds moeilijker te
vinden.
Om
die reden dient de gemeente een veel actiever vrijwilligersbeleid te
ontwikkelen. Voor activiteiten op dit terrein kan een reële onkostenvergoeding
worden toegekend. Ook scholing van vrijwilligers dient te worden aangeboden.
Indien specifieke deskundigheid ontbreekt bij vrijwilligers moet er
ondersteuning plaats vinden vanuit de gemeente. Een goed voorbeeld is de
jaarlijkse “Kunstmeerdaagse”.
6
Ruimtelijke Ordening en volkshuisvesting
Gemeenten
krijgen samen met de provincie binnen de Nota Ruimte een grotere rol bij de
formulering van ruimtelijk
beleid. Daarbij dienen randvoorwaarden met betrekking
tot een ruimtelijke basiskwaliteit in acht te worden genomen. De gemeente
Schermer, die samen met de buurgemeenten, een integrale ruimtelijke visie
ontwikkelt, is optimaal toegerust om deze nieuwe rol op te pakken.
Een
integrale ruimtelijke visie besteedt aandacht aan de ruimtelijk economische
structuur en de ruimte voor bedrijvenlocaties, wonen voor starters, senioren en
de groepen daar tussenin, infrastructuur, water, natuur en recreatie en
agrarisch en aan de randvoorwaarden voor ruimtelijke basiskwaliteit (bv. milieu,
cultuurhistorie, landschappelijke inpassing).
Ruimte
is een schaars goed, daarom streven we naar het combineren van functies,
intensief ruimtegebruik en waar nodig transformaties.
6.1
Bedrijven
De
VVD meent dat het ruimtelijk beleid van het rijk nieuwe kansen biedt voor
economische activiteiten in zowel dorps- als landelijk gebied.
De
VVD vindt dat de visie op de ruimtelijke economische structuur, de daarvan
afgeleide ruimtebehoefte voor bedrijven en de ruimtelijke randvoorwaarden moeten
worden vastgelegd in structuur- en bestemmingsplannen.
Van
bedrijven mag worden verwacht dat zij zuinig met ruimte omgaan, mede gestalte
willen geven aan ruimtelijke kwaliteit en bereid zijn daartoe extra te
investeren. De gemeente hanteert daarom in bestemmingsplannen minimumeisen t.a.v.
het aantal werknemers per hectare, bebouwingsdichtheden en aantal bouwlagen en
landschappelijke inpassing. Bij het definiëren van deze normen wordt rekening
gehouden met de aard van de bedrijvigheid en het profiel van de gemeente, met
name het landelijk gebied. Dubbel ruimtegebruik wordt bevorderd.
6.2
Wonen
De
VVD wil bij de invulling van nieuwbouwlocaties bevorderen dat:
-
er meer aandacht komt voor innovatieve stedenbouwkundige
concepten;
-
er gebouwd wordt onder de door bewoners gewenste architectuur van woningen en
voorzieningen;
-
er gebouwd wordt op ruimere kavels;
-
het percentage van met name betaalbare koopwoningen wordt verhoogd;
-
er meer rekening wordt gehouden met de woonwensen van toekomstige kopers;
-
er (nieuwe) woonvormen voor ouderen komen;
-
er in de huursector naast betaalbare woningen in de sociale sector ook gebouwd
wordt voor het duurdere segment;
-
zowel huurders als kopers meer zeggenschap krijgen over de bouw van hun woningen
en over de inrichting van hun buurt;
-
huurders kunnen kopen.
In
de prestatieafspraken van gemeenten met woningcorporaties moet prioriteit worden
gegeven aan de verkoop van huurwoningen.
De
VVD is van mening dat er in structuur- en bestemmingsplannen waar mogelijk moet
worden ingezet op kleinschalige locaties, waarin huizen gebouwd worden met een
eigen identiteit, in lage dichtheden, waarin ingezet wordt op kwaliteit en een
hoger percentage betaalbare koopwoningen.
Voor
het landelijk gebied streeft de VVD naar nieuwe economische dragers.
Binnen
het Investeringsbudget Landelijk Gebied komen er provinciale beleidskaders en
integrale gebiedsprogramma`s, waarin rijksdoelen en gebiedsdoelen over bv.
landbouw, water, milieu, natuur, landschap, toerisme en recreatie, economie en
voorzieningen wederzijds op elkaar worden afgestemd.
Gebieden
met een hoge natuurwaarde dienen te worden beschermd en als zodanig te worden
bestemd, echter wel met financiële garanties van de rijksoverheid.
6.3
Beleid, procedures en dienstverlening
De
VVD vindt dat lokaal ruimtelijk beleid gebaseerd dient te zijn op een (inter)
gemeentelijk structuurplan. Met name de beeldkwaliteitplannen dienen rekening te
houden met de visie van hogere overheden, maar bevatten tevens een gemeentelijke
visie, die rekening houdt met lokale belangen omstandigheden en verscheidenheid.
De
VVD vindt dat bestemmingsplannen geactualiseerd dienen te zijn en regelmatig
moeten worden herzien.
De
VVD vindt dat ter zake een meerjarig plan dient te worden opgesteld waarin wordt
aangegeven in welk jaar bestemmingsplannen en tegen welke kosten zullen worden
herzien.
Volgens
de VVD moet een bestemmingsplan economisch uitvoerbaar zijn. Een financiële
toets is noodzakelijk voorafgaand aan het in procedure brengen van een
ontwerpbestemmingsplan. Dat maakt het extra belangrijk dat gemeenten en
waterschappen goede afspraken maken over de financiering van de wateropgave.
De
VVD vindt dat kleinere bouw- en milieuvergunningaanvragen, waarbij de wettelijke
minimumeis een meldplicht is, daarmee dient te worden volstaan.
Lokaal
is het welstandsbeleid vastgelegd in een nota welstandsbeleid. Het beleid t.a.v.
welstand wordt gedifferentieerd toegepast. Er kunnen zogenoemde welstandsvrije
zones aangewezen worden in gebieden waar dat verantwoord kan.
6.4
Grondbeleid
Grond
behoort als regel in eigendom van burgers en bedrijven te zijn, tenzij er een
openbare bestemming op komt te rusten. In bijzondere gevallen is erfpacht
aanvaardbaar.
De
overheid dient het algemeen belang te behartigen. In een publiek-private
samenwerking
dient de overheid altijd een voorbehoud te maken t.a.v. de uitoefening van haar
publiekrechtelijke bevoegdheden. Taken en verantwoordelijkheden tussen overheid
en marktpartij dienen duidelijk afgebakend te zijn. Opbrengsten en risico's
dienen evenwichtig te worden verdeeld.
De
VVD vindt dat publiek-private samen-werkingsconstructies altijd vooraf juridisch
dienen te worden getoetst aan Europese regelgeving.
De
VVD is van mening dat grondexploitaties regelmatig geactualiseerd dienen te
worden.
6.5
Wegen
De
werkzaamheden van de afgelopen
7
Financiën
Een
verantwoord financieel beleid is voor de VVD de basis voor het totale
gemeentelijk beleid.
Dit
beleid stoelt op een reële, sluitende begroting met een gezonde reservepositie,
een tijdig opgestelde rekening, een overzichtelijk meerjarenperspectief en
begrijpelijke (tussentijdse) rapportages.
Door
decentralisatiemaatregelen wordt veel-gewenst- rijksbeleid gefinancierd door of
via de gemeentekas. De VVD vindt dit ongewenst en is van mening dat, indien het
rijk taken decentraliseert voldoende middelen ter beschikking moeten worden
gesteld. Binnen deze middelen moeten de taken worden uitgevoerd. Indien door
decentralisatie van rijkstaken naar de gemeenten, waarbij niet altijd ook een op
een de budgetten meegaan, de gemeentelijke financiën onder druk komen te staan,
zullen er keuzes gemaakt moeten worden. Hierbij dient prioriteit gegeven te
worden aan het uitvoeren van de wettelijke
taken.
Actuele
beheersplannen dienen aanwezig te zijn bij het opstellen van de begroting
Omdat
op dit moment met grote regelmaat budgetten worden overschreden, zal de VVD
uitsluitend meerjarenbegrotingen accepteren, die sluitend zijn gemaakt met reële
bezuinigingen.
De
VVD is ook voorstander van afrekenbare doelstellingen.
De
begroting dient op belangrijke gebieden duidelijke inzichtelijke doelstellingen
als uitgangspunt op te nemen.
Door
tussentijdse rapportage wordt over de realisatie van deze doelstellingen wederom
duidelijk en inzichtelijk gerapporteerd.
Inkomenspolitiek
dient niet gevoerd te worden binnen het gebied van lokale belastingen en leges.
Duidelijkheid
en een transparante bedrijfsvoering zijn zaken die de VVD belangrijk vindt.
Daarom wil de VVD tarieven en leges niet samenvoegen. De burger is gediend met
inzicht in welke belasting of heffing precies wordt geheven.
De
VVD is wel voorstander van een verzamelaanslag. Waarbij alle belastingen en
heffingen worden toegelicht. Gespreide betaling moet mogelijk zijn.
Vooral
binnen het duale stelsel is het budgetrecht van de gemeenteraad een uiterst
belangrijk instrument. Een goede controle op het financiële beleid, als ook de
rechtmatigheid daarvan, is een hoofdverantwoordelijkheid van de
gemeenteraad.
Een
onafhankelijke rekenkamer leidt tot een betere controlerende en kaderstellende
taak van de gemeenteraad.