VVD SCHERMER:

DE LANDELIJKE DORPSPARTIJ

Ten geleide                                                                                                  

0          Voorwoord                                                                                        

1          Algemeen bestuur en veiligheid 
1.1       Politieke cultuur
1.2       Communicatie, dienstverlening en ICT
1.3       Deregulering en vermindering van bureaucratie
1.4       Personeel en organisatie
1.5       Brandweer, rampenbestrijding

2          Economische zaken                                                                      

2.1       Midden- en kleinbedrijf
2.2       Toerisme en recreatie
2.3       Agrarische sector

3          Onderwijs                                                                                        

3.1       Primair onderwijs

4          Sport              

4.1       Sport

5          Maatschappelijke aangelegenheden

5.1       Jongeren
5.2       Senioren
5.3       Vrijwilligers

6          Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting                                

6.1       Bedrijvigheid
6.2       Wonen
6.3       Beleid, procedures
6.4       Grondbeleid

6.5       Wegen

7          Financië
n

Ten geleide
Op 7 maart 2006 zijn er reguliere gemeenteraadsverkiezingen. In de aanloop daarvan heeft de VVD Schermer een verkiezingsprogramma opgesteld.  

0          Voorwoord
In 2006 zijn er weer verkiezingen voor de gemeenteraad. Gekozen is voor de speerpunten veiligheid, wonen, werken, financien en onderwijs die de aandacht van de gemeentelijke politiek in de periode 2006-2010 zullen bepalen.
Daarmee zeggen wij overigens niet dat andere onderwerpen niet aan de orde komen.
Het concept Liberaal Manifest stelt dat het beeld van Nederland barsten vertoont. De samenleving staat onder druk. Aan de ene kant zijn de Nederlanders tevreden over hun eigen leven, maar tegelijkertijd zijn zij ook ontevreden over de samenleving als geheel. Wij ergeren ons steeds meer: de criminaliteit neemt toe, de regels worden eerder meer dan minder, wij bouwen niet de juiste en te weinig woningen en als we het over werken hebben, dan is de beloning niet goed, we moeten te ver reizen, noem maar op.
De VVD wil dat beeld veranderen: 'van somberte naar trots en kracht', zo zegt het Liberaal Manifest. En verder: 'Opnieuw zal het liberalisme vorm weten te geven aan de samenleving'.
Deze leidraad geeft een voorzet om op gemeentelijk niveau de liberale bijdrage te leveren. Gekozen raadsleden zijn volksvertegenwoordigers, die het dichtst bij de bevolking staan. Aan hen is dan ook de taak concreet bij te dragen en initiatieven te nemen die kloof te dichten.
Een veilige omgeving vereist een duidelijke aanpak. Repressief via een duidelijk handhavingsbeleid, maar ook preventief. Jeugdbeleid, onderwijs en sport kunnen daarin een belangrijke rol spelen.
Om het herstel van de economie te stimuleren zal de gemeente vooral een voorwaardenscheppend beleid moeten formuleren, waarbij goede vestigingsvoorwaarden en goede bereikbaarheid van wezenlijk belang zijn. Geactualiseerde, flexibele bestemmingsplannen en minder verstikkende regelgeving zijn een must om adequaat te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen.
Daarnaast vragen ook zaken de aandacht, die mogelijk in de loop van 2005 hun beslag krijgen, zoals de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de consequenties van de invoering van het dualisme.

Het bestuur en de fractie hebben met veel plezier hun werkzaamheden verricht.

Bestuur en fractie VVD Schermer. 

       Algemeen bestuur en Veiligheid 

1.1       Politieke cultuur
Volksvertegenwoordigers van de VVD weten wat er in de samenleving leeft. Zij staan er met beide benen in en zullen in de eerste plaats richting geven aan het beleid. Het primaat van de politiek behoort immers aan de raad. Het is van groot belang burgers daarbij op de juiste manier te betrekken.
       
De VVD wil op alle manieren bijdragen aan een verbetering en versterking van de lokale democratie.  
Naast herkenbare en aanspreekbare volks-vertegenwoordigers kunnen hoorzittingen, informatieavonden en het burgerinitiatief bijdragen aan de betrokkenheid van burgers bij het bestuur
.  

De VVD is van mening dat hoge eisen moeten worden gesteld aan gemeente-bestuurders. Integriteit van het openbaar bestuur staat voor de VVD bovenaan.  

De VVD bevordert de discussies rondom en de toepassing van gedragscodes binnen de gemeenteraad en het college van B&W. De VVD is voorstander van maatschappelijke nevenfuncties van raadsleden en wethouders, maar stelt daaraan nadrukkelijk de eis dat de integriteit niet in het geding mag komen
.
 

1.2       Communicatie, dienstverlening en ICT 
Communicatie vanuit de gemeente met de burgers is van groot belang.  
Door ICT-toepassingen kan de dienstverlening aan de burger worden verbeterd. Voor de uitwisseling van basisgegevens moet de gemeentelijke organisatie een adequate netwerkinfrastructuur ter beschikking hebben. Koppeling met buitengemeentelijke netwerken dient mogelijk te zijn. Het nodeloos dubbel opvragen van gegevens wordt voorkomen. Ook fraudebestrijding kan daarbij worden vergemakkelijkt. 
Ten behoeve van snelle dienstverlening en vermindering van bureaucratie creëert de gemeente een één-loketfunctie. Naast het creëren van fysieke één-loketoplossingen opent de gemeente een digitaal loket, waar burgers en bedrijfsleven rechtstreeks antwoorden kunnen krijgen op hun vragen, maar waar zij ook diensten kunnen afnemen en afspraken kunnen maken.  
Dienstverlening richting burgers moet toegankelijk en helder zijn.  
De VVD denkt daarbij aan één algemeen telefoonnummer voor burgers, waarbij vragen over de lokale overheid en zaken als overlast snel worden behandeld.

1.3       Deregulering en vermindering van bureaucratie        
Bij nieuwe initiatieven wordt te vaak eerst gekeken waarom iets niet kan. Deze 'nee-cultuur' moet worden vermeden. De VVD geeft aan vermindering van de bureaucratie absolute prioriteit. De realisering daarvan door het gemeentebestuur moet inzichtelijk en afrekenbaar worden gemaakt. Één collegelid heeft de coördinatie hiervan.
Regels en procedures die lokaal tot stand komen, dienen uitvoerbaar en handhaafbaar te zijn. De VVD vindt dat overheidstaken zo dicht mogelijk bij de burger uitgevoerd moeten worden. Dit betekent dat wanneer taken op zijn minst even efficiënt op gemeentelijk niveau kunnen worden uitgevoerd, deze - inclusief de bijbehorende financiën - aan de gemeente worden overgedragen.

1.4       Personeel en organisatie 
De VVD is voorstander van een slank, daadkrachtig, flexibel en integer ambtelijk apparaat.  
De VVD zal voortdurend, en niet alleen wanneer er bezuinigd moet worden, de omvang van het ambtelijk apparaat kritisch bezien, in het bijzonder de afdelingen burgerzaken en buitendienst. Bij het bevorderen van de integriteit van het ambtelijk apparaat stelt de VVD (her) invoering van de ambtseed voor. 
De gemeente moet geen taken uitvoeren, die even goed of beter door derden uitgevoerd kunnen worden.

1.5       Brandweer, rampenbestrijding 
E
en zorgvuldige risicoanalyse moet de basis zijn van het veiligheidsbeleid t.a.v. brandweerzorg en rampenbestrijding.
De vergunningverlening moet daar vervolgens op worden afgestemd. De veiligheid van de burger staat daarbij te allen tijde voorop. De eigen verantwoordelijkheid en gezond verstand van burgers en ondernemers blijven een vereiste. Bij nalatigheid moet er daadwerkelijk worden opgetreden.  
De inzet van vrijwilligers bij de brandweer is een onmisbaar element, met name de kennis en kunde van de huidige brandweermensen.
Versterking van de regionale structuren, met behoud van de lokale autonomie, ten behoeve van de versterking van de kwaliteit van de brandweerzorg moet verder doorgezet worden, echter niet van boven opgelegd, maar in hechte samenspraak met de huidige brandweermensen!

2          Economische zaken  

 Algemeen
De VVD vindt dat gezond lokaal economisch beleid gestoeld dient te zijn op samenwerking en gestruc-tureerd overleg tussen en met de gemeenten Graft de Rijp, Beemster en Zeevang, het bedrijfsleven en relevante organisaties.  
De VVD is voorstander van parkmanagement-overeenkomsten, waarbij gemeenten en bedrijfsleven gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de voorzieningen op en openbare inrichting van de bedrijfsterreinen.  
De VVD vindt dat de gemeente naast een goed economisch beleid ook een doeltreffend arbeidsmarktbeleid moet voeren. Een goede afstemming tussen beide beleidsvelden is onontbeerlijk.

2.1       Midden- en kleinbedrijf  
Het midden- en kleinbedrijf is een zeer belangrijke motor voor de werkgelegenheid. De VVD vindt dat het beleid dat de verschillende overheden voeren t.a.v. het midden- en kleinbedrijf goed op elkaar afgestemd moet worden. Bestemmingsplannen t.a.v. winkel-, kantoren-, horeca- en andere bedrijfsconcentraties moeten flexibel zijn, zodat bij veranderende omstandigheden leegstand wordt voorkomen. De VVD vindt dat de mogelijkheden t.a.v. de openingstijden in de Winkeltijdenwet zo ruim mogelijk moeten worden vastgesteld.  

De gemeente dient een stimulerend beleid te voeren om starters aan ruimte te helpen
.

2.2       Toerisme en recreatie  
Door de steeds hogere kwaliteitseisen van de consument zal in de toeristische sector aanzienlijk geïnvesteerd moeten worden, met name in kwaliteitsverbetering en seizoensverlenging.  
De VVD vindt dat groei mogelijk moet zijn, maar dan wel met behoud van de kwaliteit van de ruimtelijke inpassing.  
De VVD is voorstander van recreatief medegebruik van natuurgebieden. Promotie van het toeristische product dient krachtiger in federatief en regionaal verband worden opgepakt.
De meeropbrengst van toeristenbelasting moet geïnvesteerd worden in het toeristisch-recreatieve product.

2.3       Agrarische sector  
De land- en tuinbouwsector is een van de belangrijkste economische dragers van ons landelijk gebied.
 
De VVD vindt dat de gemeente bij de vaststelling van m.n. bestemmingsplannen van het buitengebied rekening moeten houden met de huidige ontwikkelingen. Dus voldoende mogelijkheden voor bedrijfsbebouwing, maar ook voor functiewijziging van gebouwen, zodat het platteland leefbaar blijft.
De nieuwe nota Vitaal Platteland biedt diverse mogelijkheden om Nieuwe Economische Dragers in het buitengebied toe te staan, zonder dat deze afbreuk doen aan kwaliteit van de landschappelijke inpassing en zonder dat deze een belasting zijn voor natuur en milieu.  
De woonfunctie in het buitengebied mag geen belemmering zijn voor de normale agrarische bedrijfsvoering. De locale wetgeving moet op dit punt worden aangepast. Daarbij verdienen ook nieuwe vormen van natuur- en landschapsbeheer nadrukkelijk de aandacht.  

De door de rijksoverheid gestimuleerde wetgeving “Beschermde Status” dient te worden afgewezen, tenzij er structurele, financiële middelen tegenover staan
.  

3          Onderwijs

Inleiding  
Onderwijs/scholing is een van de belangrijkste pijlers, waarop de ontwikkeling van jonge mensen tot zelfstandige, mondige burgers berust.

Met als resultaat dat zij als volwaardige en gelijkwaardige leden kunnen deelnemen aan onze complexe samenleving. Ook jeugd- en arbeidsmarktbeleid spelen hierbij een belangrijke rol.
Hoewel opvoeding in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de ouders is, horen ook normen en waarden aandacht te krijgen binnen het onderwijs.

  3.1       Primair onderwijs
Het basisonderwijs moet tot de dorpsvoorzieningen gerekend worden. Scholen horen goed bereikbaar te zijn. Door integratie van de school in het dorp worden zowel sociale cohesie als sociale controle bevorderd.
De primaire bemoeienis van de gemeente zit in het handhaven van de leerplicht, de kwaliteit van de voorzieningen en gedeeltelijke bekostiging in activiteiten en bestrijding van achterstanden bij leerlingen.
De VVD is voorstander van de Brede School. Voor de VVD is de keten consultatiebureau, peuterspeelzaal, kinderopvang en basisschool essentieel voor een goed onderwijs- en jeugdbeleid.
Scholieren moeten zich in een veilige omgeving maximaal kunnen ontplooien tot verdraagzame mensen met verantwoordelijk-heidsbesef en respect voor ieder individu.
De gemeente speelt een duidelijke rol bij het bestrijden van schooluitval en schoolverzuim.
De VVD hecht grote waarde aan het creëren van meer kansen voor kinderen met een onderwijsachterstand. Het accent ligt daarbij op de voor- en vroegschoolse educatie. De beheersing van de Nederlandse taal dient topprioriteit te krijgen. Evenals kennis van cultuur bevordert dit de integratie.

4          Sport

4.1       Sport
De VVD benadrukt de maatschappelijke betekenis van sport en sportbeleid. Sport bevordert de volksgezondheid, draagt bij aan individuele ontplooiing en is een maatschappelijk bindmiddel (ook tussen allochtonen en autochtonen). Sport levert ook positieve economische effecten, vormt van jongs af aan normen en waarden ('fair play'), activeert mensen en voorkomt criminaliteit.
Sport en sportdeelname bevorderen de sociale integratie. Projecten ten behoeve van doelgroepen als jongeren, ouderen, gehandicapten en allochtonen en de scholierensport vormen volgens de VVD een belangrijke schakel in de algemene sportstimulering.
Gemeentelijk sportbeleid moet volgens de VVD de voorwaarden scheppen voor een gevarieerd en samenhangend aanbod van voldoende lokale, kwalitatief goede en goed gespreide en bereikbare binnen- en buitensportaccommodaties, sportvoorzieningen en sportactiviteiten, met name gericht op jongeren.
Deelname aan georganiseerde en niet-georganiseerde sport door jongeren is een onmisbare schakel in het jeugd- en jongerenbeleid.
Sportdeelname door jongeren kan door gerichte projecten worden gestimuleerd. Vroegtijdige kennismaking op school met de lokale sportverenigingen is daarvan een goed voorbeeld. Verenigingen die zich extra op jongeren richten kunnen in aanmerking komen voor extra gelden. De VVD is voorstander van de introductie van een kennismakingsabonnement voor jongeren. Sport is belangrijk voor het gezond opgroeien van jongeren. Daarnaast houdt deelname aan sport jongeren 'van de straat'.
Kinderen moeten om de hoek en dicht bij de school kunnen sporten door de bouw van multifunctionele accommodaties die geschikt zijn voor het onderwijs en de sport. De accommodaties moeten na schooltijd open zijn en gebruikt kunnen worden door verenigingen die naschools sportaanbod aanbieden.
Spelvoorzieningen (inclusief trapveldjes) voor de jeugd kunnen wat de VVD betreft een plaats krijgen in het gemeentelijke groen. De invulling vindt plaats in overleg met de direct betrokkenen, in het bijzonder de jeugd zelf.
Sport biedt aan het bedrijfsleven en de overheid promotiemogelijkheden (sponsoring). Bij sponsoring door het bedrijfsleven op het terrein van de sport dienen transparante en algemeen aanvaarde spelregels gehanteerd te worden. De gemeentelijke website is bij uitstek een instrument om deelname aan sport te stimuleren.
Er dient meer geld te worden gereserveerd voor uitbreiding van het aantal uren sport op de (basis-) school. Er moet aandacht zijn voor sportbeoefening in clubverband als ook voor de individuele sportbeoefening.
Daarbij geldt wel dat investeren in de georganiseerde sport van sportverenigingen beter beklijft dan losse initiatieven. Door te investeren in de georganiseerde sport stimuleer je de sportdeelname.
Door de gemeente wordt aan het particuliere initiatief alle ruimte geboden om bij te dragen aan de ontwikkeling van een gevarieerd aanbod aan sportvoorzieningen.
De VVD wil dat gemeentelijke sportvoorzieningen van goede kwaliteit, laagdrempelig en sociaal veilig zijn.
Dit vereist zowel investeringen als goed beheer. Aan de gebruikers (zowel clubs als individueel) van sportvoorzieningen mag een redelijke bijdrage worden gevraagd ('de gebruiker betaalt').
De VVD is er voorstander van dat het beheer van sportaccommodaties 'op afstand' wordt gezet: het functionele beheer van sportvelden kan worden overgedragen aan de bespelende sportclubs, overdekte sportaccommodaties kunnen verzelfstandigd worden, bijvoorbeeld in stichtingsvorm. Voorwaarde op zich bij verzelfstandiging is dat sportaccommodaties toegankelijk zijn, betaalbaar en beschikbaar op courante uren.
Meer en beter bestuurlijk en sporttechnisch kader is nodig om de vrijwilligers in de sportvereniging bij te staan. Ondersteuning van verenigingen en beperkte professionalisering kunnen de sportvereniging de steun in de rug geven om een sterke samenwerkingspartner te worden van de gemeente, ook in financieel moeilijke tijden!.

5   Maatschappelijke  aangelegenheden

5.1       Jongeren
Ouders en verzorgers zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor opvoeding en gedrag van hun kinderen. Scholen en verenigingen spelen daarbij een aanvullende rol.
Met verreweg de meeste jongeren in Nederland gaat het goed. Jongeren met wie het goed gaat, verdienen ook onze aandacht. Zij vormen een belangrijke groep en kunnen via een voorwaardenscheppend beleid gestimuleerd worden in hun verdere ontwikkeling en ontplooiing. Voor sommigen jongeren is extra aandacht en begeleiding noodzakelijk en gewenst. Jongerenbeleid is zo veel mogelijk gebaseerd op keuzevrijheid, zelfstandigheid, medezeggenschap en participatie zoals dat in de Nederlandse samenleving is ontwikkeld in de afgelopen decennia.
 Jongeren dienen vanzelfsprekend bij de ontwikkeling van op hen gericht beleid betrokken te worden. Het inwinnen van advies via interactieve contacten met de betrokken jongeren biedt steeds meer perspectieven, zoals het gemeentebestuur dat gaat chatten met de jongeren.
Jeugdhulpverlening is een essentieel onderdeel van jeugdbeleid. Nadruk dient hierbij te liggen op preventie en het vroegtijdig onderkennen van problemen. Afstemming met de politie en Bureau Jeugdzorg is hierbij van belang. De gemeente maakt actief gebruik van HALT-projecten om jongeren te confronteren met de gevolgen van de gepleegde strafbare feiten. Met politie en justitie worden meerjarenafspraken gemaakt over de toepassing van HALT-projecten. Creëer ruimte voor jongeren in de infrastructuur, bijvoorbeeld een skatebaan.

5.2       Senioren
De senior van nu is niet de bejaarde van 20 jaar geleden. De senior inwoner wil zolang mogelijk zelfstandig in de eigen omgeving blijven wonen. Het beleid, ook van de gemeente, moet er op gericht zijn om de vitaliteit te stimuleren.
De VVD stelt de verantwoordelijkheid van ouderen voor zichzelf voorop. De overheid dient er zorg voor te dragen dat ouderen die eigen verantwoordelijkheid ook kunnen nemen. Dit betekent een regionaal adequaat woningaanbod, een veilige woonomgeving met voor ouderen bereikbare voorzieningen met voldoende zorgplaatsen.
Het ouderenbeleid dient gebaseerd te zijn op keuzevrijheid, zelfstandigheid, zelfredzaamheid, medezeggenschap en participatie in het maatschappelijk leven. Het feit dat ouderen inmiddels massaal gebruik maken van de vele ICT-mogelijkheden speelt hierbij een belangrijke rol.
Voor de samenleving kan de kennis en ervaring van senioren  worden overgedragen via de ouderenraad of door ouderen te laten adviseren over en invloed uit te laten oefenen op lokaal beleid.
Door de instelling van het persoonsgebonden budget (PGB) kunnen ouderen zelf beslissen waar zij de zorg inkopen, waarvoor zij geïndiceerd zijn. Dit biedt hen in veel gevallen de mogelijkheid langer in hun eigen woonomgeving te blijven. Nieuwe woonvormen in woon-zorgzones moet de ruimte geboden worden. Afstemming met het ruimtelijke ordeningbeleid is hierbij van belang. In het woningaanbod moet ook nadrukkelijk rekening worden gehouden met de wensen van ouderen. Gemeenten moeten zich, volgens de VVD, richten op aanpasbaar bouwen ofwel levensloopbestendig bouwen.
De toegang tot zorg is een taak van de gemeente, de zorgverlening een taak van de instellingen. Tussen gemeenten en zorgverlenende instellingen dient structureel overleg te worden gevoerd over ouderenbeleid. Het lokale bestuur vervult hierbij een stimulerende en coördinerende rol, zodat alle zorgverlening inzichtelijk is georganiseerd en is afgestemd op de bestaande vraag. De VVD benadrukt bovendien de noodzaak van het aanbieden van zorg op maat, dat wil zeggen zorg naar noodzaak.
Openbare gebouwen, recreatie-, sport- en groenvoorzieningen en openbaar vervoer dienen toegankelijk en bruikbaar te zijn voor ouderen.
Mobiliteit is een belangrijke voorwaarde voor maatschappelijke en sociale participatie. Naast het eigen vervoer en de voorzieningen via de WMO biedt ook het collectief vraagafhankelijk vervoer mogelijkheden voor ouderen.

  5.3       Vrijwilligers
Vrijwilligers spelen een wezenlijke rol in de samenleving, maar zijn steeds moeilijker te vinden.
Om die reden dient de gemeente een veel actiever vrijwilligersbeleid te ontwikkelen. Voor activiteiten op dit terrein kan een reële onkostenvergoeding worden toegekend. Ook scholing van vrijwilligers dient te worden aangeboden. Indien specifieke deskundigheid ontbreekt bij vrijwilligers moet er ondersteuning plaats vinden vanuit de gemeente. Een goed voorbeeld is de jaarlijkse “Kunstmeerdaagse”. De coördinatie daarvan dient met ambtelijke deskundigheid te worden gesteund.

6          Ruimtelijke Ordening en volkshuisvesting

            Gemeenten krijgen samen met de provincie binnen de Nota Ruimte een grotere rol bij de formulering van ruimtelijk 
beleid. Daarbij dienen randvoorwaarden met betrekking tot een ruimtelijke basiskwaliteit in acht te worden genomen. De gemeente Schermer, die samen met de buurgemeenten, een integrale ruimtelijke visie ontwikkelt, is optimaal toegerust om deze nieuwe rol op te pakken.
Een integrale ruimtelijke visie besteedt aandacht aan de ruimtelijk economische structuur en de ruimte voor bedrijvenlocaties, wonen voor starters, senioren en de groepen daar tussenin, infrastructuur, water, natuur en recreatie en agrarisch en aan de randvoorwaarden voor ruimtelijke basiskwaliteit (bv. milieu, cultuurhistorie, landschappelijke inpassing).
Ruimte is een schaars goed, daarom streven we naar het combineren van functies, intensief ruimtegebruik en waar nodig transformaties.

6.1       Bedrijven
De VVD meent dat het ruimtelijk beleid van het rijk nieuwe kansen biedt voor economische activiteiten in zowel dorps- als landelijk gebied. De transformatieprocessen in de agrarische sector noodzaken tot een heroriëntatie op nieuwe economische dragers.
De VVD vindt dat de visie op de ruimtelijke economische structuur, de daarvan afgeleide ruimtebehoefte voor bedrijven en de ruimtelijke randvoorwaarden moeten worden vastgelegd in structuur- en bestemmingsplannen.
Van bedrijven mag worden verwacht dat zij zuinig met ruimte omgaan, mede gestalte willen geven aan ruimtelijke kwaliteit en bereid zijn daartoe extra te investeren. De gemeente hanteert daarom in bestemmingsplannen minimumeisen t.a.v. het aantal werknemers per hectare, bebouwingsdichtheden en aantal bouwlagen en landschappelijke inpassing. Bij het definiëren van deze normen wordt rekening gehouden met de aard van de bedrijvigheid en het profiel van de gemeente, met name het landelijk gebied. Dubbel ruimtegebruik wordt bevorderd.  

6.2       Wonen
De VVD wil bij de invulling van nieuwbouwlocaties bevorderen dat:
- er meer aandacht komt voor innovatieve  stedenbouwkundige concepten;
- er gebouwd wordt onder de door bewoners gewenste architectuur van woningen en voorzieningen;
- er gebouwd wordt op ruimere kavels;
- het percentage van met name betaalbare koopwoningen wordt verhoogd;
- er meer rekening wordt gehouden met de woonwensen van toekomstige kopers;
- er (nieuwe) woonvormen voor ouderen komen;
- er in de huursector naast betaalbare woningen in de sociale sector ook gebouwd wordt voor het duurdere segment;
- zowel huurders als kopers meer zeggenschap krijgen over de bouw van hun woningen en over de inrichting van hun buurt;
- huurders kunnen kopen.
In de prestatieafspraken van gemeenten met woningcorporaties moet prioriteit worden gegeven aan de verkoop van huurwoningen.
De VVD is van mening dat er in structuur- en bestemmingsplannen waar mogelijk moet worden ingezet op kleinschalige locaties, waarin huizen gebouwd worden met een eigen identiteit, in lage dichtheden, waarin ingezet wordt op kwaliteit en een hoger percentage betaalbare koopwoningen.
Voor het landelijk gebied streeft de VVD naar nieuwe economische dragers.
Binnen het Investeringsbudget Landelijk Gebied komen er provinciale beleidskaders en integrale gebiedsprogramma`s, waarin rijksdoelen en gebiedsdoelen over bv. landbouw, water, milieu, natuur, landschap, toerisme en recreatie, economie en voorzieningen wederzijds op elkaar worden afgestemd.
Gebieden met een hoge natuurwaarde dienen te worden beschermd en als zodanig te worden bestemd, echter wel met financiële garanties van de rijksoverheid.

6.3       Beleid, procedures en dienstverlening
De VVD vindt dat lokaal ruimtelijk beleid gebaseerd dient te zijn op een (inter) gemeentelijk structuurplan. Met name de beeldkwaliteitplannen dienen rekening te houden met de visie van hogere overheden, maar bevatten tevens een gemeentelijke visie, die rekening houdt met lokale belangen omstandigheden en verscheidenheid.
De VVD vindt dat bestemmingsplannen geactualiseerd dienen te zijn en regelmatig moeten worden herzien.
De VVD vindt dat ter zake een meerjarig plan dient te worden opgesteld waarin wordt aangegeven in welk jaar bestemmingsplannen en tegen welke kosten zullen worden herzien.
Volgens de VVD moet een bestemmingsplan economisch uitvoerbaar zijn. Een financiële toets is noodzakelijk voorafgaand aan het in procedure brengen van een ontwerpbestemmingsplan. Dat maakt het extra belangrijk dat gemeenten en waterschappen goede afspraken maken over de financiering van de wateropgave. De VVD meent dat een bestemmingsplan enerzijds rechtszekerheid dient te bieden aan burgers en bedrijven. Anderzijds moet een bestemmingsplan de flexibiliteit bieden zodat er ruimte is voor voortschrijdend inzicht over gewenste ontwikkelingen en kleinere planafwijkingen.
De VVD vindt dat kleinere bouw- en milieuvergunningaanvragen, waarbij de wettelijke minimumeis een meldplicht is, daarmee dient te worden volstaan. De gemeente dient als regel geen zwaardere eisen te stellen dan de wetgever heeft bedoeld.
Lokaal is het welstandsbeleid vastgelegd in een nota welstandsbeleid. Het beleid t.a.v. welstand wordt gedifferentieerd toegepast. Er kunnen zogenoemde welstandsvrije zones aangewezen worden in gebieden waar dat verantwoord kan.

6.4       Grondbeleid
Grond behoort als regel in eigendom van burgers en bedrijven te zijn, tenzij er een openbare bestemming op komt te rusten. In bijzondere gevallen is erfpacht aanvaardbaar. De VVD vindt dat samenwerking met de markt daarbij uitgangspunt is. Waar nodig is actieve grondpolitiek slechts dan aanvaardbaar indien noodzakelijk om gewenste ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren.
De overheid dient het algemeen belang te behartigen. In een publiek-private samenwerking dient de overheid altijd een voorbehoud te maken t.a.v. de uitoefening van haar publiekrechtelijke bevoegdheden. Taken en verantwoordelijkheden tussen overheid en marktpartij dienen duidelijk afgebakend te zijn. Opbrengsten en risico's dienen evenwichtig te worden verdeeld.
De VVD vindt dat publiek-private samen-werkingsconstructies altijd vooraf juridisch dienen te worden getoetst aan Europese regelgeving.
De VVD is van mening dat grondexploitaties regelmatig geactualiseerd dienen te worden.
Het risico van eventuele planschade dient bij de ontwikkelende partij te worden gelegd.

6.5       Wegen
De werkzaamheden van de afgelopen vijf jaren in het kader van Duurzaam Veilig moeten worden geëvalueerd. Op veel plaatsen zijn te grote belemmeringen aangebracht, vooral voor vrachtverkeer en overheidsdiensten, terwijl op andere plaatsen dringend behoefte is aan verkeersmaatregelen.

7          Financiën

Een verantwoord financieel beleid is voor de VVD de basis voor het totale gemeentelijk beleid.
Dit beleid stoelt op een reële, sluitende begroting met een gezonde reservepositie, een tijdig opgestelde rekening, een overzichtelijk meerjarenperspectief en begrijpelijke (tussentijdse) rapportages.
Door decentralisatiemaatregelen wordt veel-gewenst- rijksbeleid gefinancierd door of via de gemeentekas. De VVD vindt dit ongewenst en is van mening dat, indien het rijk taken decentraliseert voldoende middelen ter beschikking moeten worden gesteld. Binnen deze middelen moeten de taken worden uitgevoerd. Indien door decentralisatie van rijkstaken naar de gemeenten, waarbij niet altijd ook een op een de budgetten meegaan, de gemeentelijke financiën onder druk komen te staan, zullen er keuzes gemaakt moeten worden. Hierbij dient prioriteit gegeven te worden aan het uitvoeren van de wettelijke taken.
Actuele beheersplannen dienen aanwezig te zijn bij het opstellen van de begroting
Omdat op dit moment met grote regelmaat budgetten worden overschreden, zal de VVD uitsluitend meerjarenbegrotingen accepteren, die sluitend zijn gemaakt met reële bezuinigingen.
De VVD is ook voorstander van afrekenbare doelstellingen.
De begroting dient op belangrijke gebieden duidelijke inzichtelijke doelstellingen als uitgangspunt op te nemen.
Door tussentijdse rapportage wordt over de realisatie van deze doelstellingen wederom duidelijk en inzichtelijk gerapporteerd.
De VVD is voorstander van het zo laag mogelijk houden van lokale belastingen en leges en vindt dat verhoogde efficiency en ombuigingen voor dienen te gaan op lasten-verhoging. Daarbij vindt de VVD dat belastingen ook besteed moeten worden voor het doel dat de belasting in haar titel aangeeft.
Inkomenspolitiek dient niet gevoerd te worden binnen het gebied van lokale belastingen en leges. De VVD zal blijvend terughoudendheid betrachten in het verhogen van de OZB en uitsluitend de inflatiecorrectie toepassen.
De VVD is tegen verhogingen van OZB!
Duidelijkheid en een transparante bedrijfsvoering zijn zaken die de VVD belangrijk vindt. Daarom wil de VVD tarieven en leges niet samenvoegen. De burger is gediend met inzicht in welke belasting of heffing precies wordt geheven.
De VVD is wel voorstander van een verzamelaanslag. Waarbij alle belastingen en heffingen worden toegelicht. Gespreide betaling moet mogelijk zijn.
Vooral binnen het duale stelsel is het budgetrecht van de gemeenteraad een uiterst belangrijk instrument. Een goede controle op het financiële beleid, als ook de rechtmatigheid daarvan, is een hoofdverantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Een onafhankelijke rekenkamer leidt tot een betere controlerende en kaderstellende taak van de gemeenteraad.